“Wanneer voelde je voor de eerste keer een vreemde hand in je broek” vraagt Bernice aan me als we weer eens toe zijn aan een rondje openhartigheid. “Dat weet ik nog precies!” kon ik haar geruststellen. “Elsje. Ze heetje Elsje. Ze dag er leuk uit, was hartstikke aardig maar alleen brood- en broodmager. Het was haar hand.” Bernice is duidelijk niet helemaal tevreden over het antwoord.” Vertel? Wat deed ze?” “Ze trok uiteindelijk mijn rits dicht. Die stond open.” “Uiteindelijk?” “Ja, uiteindelijk. Ze zei dat ze dat alleen maar wilde doen, maar dat ze heel onhandig mis greep.” Bernice is er even stil van. “Man, man, man”, zegt ze dan met een brede grijns op haar gezicht, “jij was echt altijd al zo naief, he?”