Alex heeft weer eens een aanval van zelfkennis. Na een lang betoog over de toestand in de wereld en wat de wereld allemaal zou moeten doen om zichzelf te redden zegt hij opeens: “Eigenlijk lul ik gewoon veel te veel. Ik luister slecht en doe niets wezenlijks. Ik heb geen idee waar ik het over heb maar presenteer dat alsof ik het grootste gelijk van de wereld heb”. Hij wacht tot ik wat zeg. De etiquette schrijft voor dat je in zo’n geval reageert met opmerkingen als “dat valt wel mee” of “je bent te streng voor jezelf”. Maar ik zwijg. Op een gegeven moment zegt hij ongeduldig: “Nou? Heb ik gelijk?”. Zelfs de beste vrienden kunnen verschrikkelijk vermoeiend zijn.

Gisteren in een gekke bui aan Alex gevraagd of hij me wilde helpen mijn haren te wassen. “Is goed”, zegt Alex zonder ook maar een moment te twijfelen. Hij is de beste vriend die je je kunt voorstellen. Staat altijd voor je klaar, accepteert je zoals je bent en is lief en voorkomend. We zijn als broer en zus.  En zo staan we even later naakt onder de douche. Alex staat achter me en sjampoot en spoelt alsof hij nooit anders gedaan heeft. Precies zoals ik had verwacht geduldig en zorgvuldig. En dan voel ik de tinteling als hij af en toe mijn huid aanraakt. Ik merk dat ik mijn lichaam zo beweeg dat hij mij wel moet aanraken. En opeens voel ik zijn erectie tegen mijn billen. Ik kijk om en zie hem heel schuldig kijken alsof hij wil zeggen “ik kan er ook niets aan doen”.  Ik geef een tik tegen zijn piemel en schater: “mallerd!”.  En we gaan rustig door met het wassen van mijn haar. Het gevaar is weer geweken…

“Wat is dat voor een griezel, die vriend van je?”, briest Bernice aan de telefoon. Ik zet mijn gedachten meteen een standje hoger. Welke vriend bedoelt ze? En wat maakt die vriend een griezel?  ”Ik dacht dat het een zakelijk gesprek zou zijn over een klus die hij voor me had, maar het leek wel of ik zelf op het menu stond. Hij bleef maar complimenten maken over hoe ik er uit zag, hoe ik me kleedde, en tenslotte liet hij me ook nog foto’s zien van de parenclub waar hij en zijn vrouw naar toe geweest waren.”  Ik moet heel raar gekeken hebben. Een kennis  van me zocht iemand die kon helpen bij het schrijven van een folder voor zijn bedrijf, en daar is Bernice heel goed in.  Van een dubbele agenda had ik in ieder geval geen idee. “Wilde hij dat je mee ging naar die parenclub?” vroeg ik nog met nauwelijks verborgen verbazing in mijn stem. “Nou, ik geloof dat ik wel duidelijk wist te maken dat die vraag geen zin zou hebben. Maar wat hij wel deed: hij schonk koffie voor ons in, deed er melk en suiker in, roerde eerst zijn eigen koffie goed door, likte toen het lepeltje af en roerde vervolgens met hetzelfde lepeltje in mijn koffie! Dat doe je toch niet!”.

“Wanneer voelde je voor de eerste keer een vreemde hand in je broek” vraagt Bernice aan me als we weer eens toe zijn aan een rondje openhartigheid. “Dat weet ik nog precies!” kon ik haar geruststellen. “Elsje. Ze heetje Elsje. Ze dag er leuk uit, was hartstikke aardig maar alleen brood- en broodmager. Het was haar hand.” Bernice is duidelijk niet helemaal tevreden over het antwoord.” Vertel? Wat deed ze?” “Ze trok uiteindelijk mijn rits dicht. Die stond open.” “Uiteindelijk?” “Ja, uiteindelijk. Ze zei dat ze dat alleen maar wilde doen, maar dat ze heel onhandig mis greep.” Bernice is er even stil van. “Man, man, man”, zegt ze dan met een brede grijns op haar gezicht, “jij was echt altijd al zo naief, he?”

Wat is dit toch ongelooflijk lastig. Kom je iemand tegen van wie je voor het eerst in jaren echt gaat houden, aan wie je je onvoorwaardelijk kunt overgeven, iemand die je in je leven wilt hebben, in je omgeving, in je huis, in je bed. En dat je je dan realiseert dat de enige mogelijkheid om dat bereiken is haar loslaten en ruimte geven. Veel ruimte. Ik zie haar iedere dag, we doen veel samen. Maar bij ieder contact, bij iedere aanraking voel ik hoe mijn hart aan haar trekt. Hoe het aan mij trekt. Ik moet geduld hebben. Ik moet ruimte geven. Maar het is zo verschrikkelijk moeilijk. Ik vraag me serieus af of ik het ga volhouden.

Ze weet dat ik van haar houd, maar praat er zelf niet over. Af en toe barst het bij mij er uit en probeer ik haar naar me toe te trekken. Ze wordt boos, maar stuurt me niet weg. Hoe onhandig en onmogelijk ik me soms ook tegenover haar gedraag, ze stuurt me niet weg. Ik wil ook niet dat ze me wegstuurt. Nou, nee, ik wil dat ze me wegstuurt als ze genoeg van me heeft. Ik heb het zelfs aan haar gevraagd. Herhaaldelijk. Maar ze doet het niet. Dan kan ik toch blijven hopen, blijven verlangen?

Als ik voor het eerst sinds maanden weer eens bij Anton op de koffie kom zie ik dat hij op zijn laptop een dating site open heeft staan. “Lukt het een beetje?”, vraag ik belangstellend.  Alex zucht diep. “Naah… Eigenlijk altijd hetzelfde soort vrouwen die je op die sites vindt. En allemaal toch heel weinig te bieden.”  ”Vergeleken met?” vul ik aan. Alex kijkt verschrikt op. Er is iets wat hij me nog niet verteld heeft. “Verliefd?” plaag ik hem, en ga klaarzitten voor zijn verhaal. Ik gok dat het een verhaal wordt van een onmogelijke of op zijn minst onbeantwoorde l liefde. Daar is Alex namelijk erg goed in.

Als Alex echt ergens mee zit, dan komt hij naar me toe. Voor de leuke dingen gaan we ergens naartoe, restaurant, film, of wat dan ook. Dat is ook om te draaien. Als Alex naar me toe wil komen, dan weet ik dat hij ergens mee zit. En dan maak ik graag tijd voor hem. Na ons gebruikelijke koffie-ritueel komt hij snel ter zake. “Weet je, Patricia en ik hebben echt een heel erg mooie vriendschap. We doen veel samen, zien elkaar regelmatig, en staan voor elkaar klaar als dat nodig is. We verplichten elkaar tot niets en we weten dat we altijd op elkaar kunnen rekenen. En we leren elkaars gebruiksaanwijzingen steeds beter kennen.” Dan volgt een lange stilte, zeker voor Alex, die graag en veel praat. “Klinkt goed” vul ik aan. “Net als jij en ik hebben” voeg ik er een beetje provocerend aan toe.

“Nou” pakt hij na bijna een minuut stilte de draad weer op, “waar ik mee zit is iets heel stoms. Vind ik zelf dan. We hebben de afgelopen tijd echt heel veel samen gedaan, allemaal belangrijke, nuttige een waardevolle dingen. Echt voor elkaar zijn als je elkaar nodig hebt. Niet vragen om het waarom, maar gewoon meteen aanpakken. Vanzelfsprekend. Geweldig om dat te kunnen dien. Maar het lukt niet meer om gewoon iets leuks af te spreken. Niet meer naar film of theater, niet meer uit eten. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar iedere ‘leuke’ afspraak moest ze uiteindelijk afzeggen. Om hele goede en hele begrijpelijke redenen. Maar toch vind ik dat erg moeilijk, merk ik. Ik merk dat ik het ook erg belangrijk vind om met mijn echte vrienden ook samen leuke dingen te ondernemen. En ik tegelijkertijd vind ik mezelf een grote egoist dat ik dat zo belangrijk vind.” Het hoge woord is eruit.

“Kun je dat niet gewoon tegen haar zeggen?” probeer ik mijn standaard antwoord in dit soort situaties. “Maar ik wil geen egoïst zijn! Ik wil niet dat ze gaat denken dat ik vooral leuke dingen wil ondernemen. Ik wil geen eisen stellen!”  Dit is een typische Alex reactie en daar helpt alleen duidelijkheid  tegen. “Luister eens, maatje, als jullie echt vrienden zijn hoort daar ook bij dat jullie elkaar accepteren zoals jullie zijn. Maar dan moet jij ook durven jezelf te laten zien zoals je bent. En zeggen wat jij belangrijk vindt. Als je bang bent voor haar reactie hebben jullie nog wat werk te doen voor jullie vriendschap!”. “Ik weet het”, zegt hij beduusd. En ik wist ook wel dat hij het wist. Maar ik vroeg me ook af hoe lang het zou duren voordat hij het zou durven zeggen.

“Wil jij even een weegschaal voor me halen?” vraagt Patricia, “zo eentje met een grote schaal?”. Natuurlijk kan ik dat. Ik denk er zelfs nog aan om de vragen of het een digitale of analoge weegschaal moet zijn. Patricia wil een digitale. Dus ik naar de blokker en kies daar een weegschaal uit waarvan ik denk dat hij perfect in haar omschrijving past.

“Wat moet ik nu met een personenweegschaal?” vraagt ze lichtelijk geïrriteerd als ik al een paar minuten later mijn aankoop laat zien. “Daar vroeg je toch om” denk ik nog bij mezelf, maar zeg dat maar niet. Patricia’s ogen staan op “geen tegenspraak”.  En dus ga ik met mijn  aankoop weer terug naar de winkel, waar de verkoopster niet eens moeite doet om haar lachen te onderdrukken als ze mijn verhaal hoort. Ik kies een mooie digitale keukenweegschaal uit en ga met de tweede weegschaal binnen het kwartier weer naar buiten.

“Ik had toch gevraagd om een weegschaal met een grote schaal?” Ik wijs nog op het grote display van het apparaat, maar er is toch nog een woordenwisseling voor nodig voordat ik erachter kom dat ze een kom bedoelt. Maar ze doet het ervoor en ik ben al blij dat ik niet nog eens terug hoef naar de winkel.

Later op de dag zegt ze met een brede grijns tegen me: “Ik stuur je nooit meer om een boodschap! Er stond met grote letters op ‘batteries not included’!”. Ik leg me er maar bij neer: mannen en vrouwen komen gewoon niet van dezelfde planeet. En waar leveranciers van huishoudelijke apparaten vandaan komen is me helemaal een raadsel…

“Ik ben een hopeloos geval” begint Alex. “Dat is zo” vul ik met een kwinkslag aan. “Nee, serieus! Jij valt op de verkeerde mannen, zeg je altijd.”  ”Klopt”, vul ik aan terwijl ik aan Joost denk met wie ik het nog geen twee weken heb uitgehouden. De hufter!  Alex zucht eens diep. “Maar die verkeerde mannen vallen wel allemaal ook voor jou. Ze geven je een kans, zeg maar.” Ik moet toegeven dat ik het zo nog niet bekeken had. Is wel een echte Alex opmerking, hij kan zo irritant positief zijn! “Ik val op de verkeerde vrouwen, maar bij mij komt het niet eens tot een relatie die uit elkaar kan spatten. Ik heb met vrouwen vaak heel innige vriendschappen. Zo’n vriendschap waarin je kwetsbaar kunt zijn en alles kunt delen.” Het is waar wat Alex zegt. Ik kan met hem dingen bespreken waarover ik het met niemand anders zou hebben. Hij is sociaal, warm, meelevend, attent. Een ideale vriend. Ik wil hem ook niet kwijt. Bij wie moet ik anders troost zoeken als ik weer eens onvrijwillig vrijgezel word? Alex zwijgt even. Hij lijkt mijn gedachten te lezen en zucht eens diep.  ”Maar de vrouwen waar ik echt voor val, vallen niet op mij, willen mij niet als partner. Is er soms iets mis met me? Wees eens eerlijk, Bernice?”   Er is van alles aan te merken op Alex, maar grosso modo veel en veel minder dan op de beste van mijn foute vriendjes. “Er is niets mis met jou. Helemaal niet.”  gooi ik er een wit leugentje tegenaan. Ik begrijp het ook niet. Ik kijk eens goed naar hem. Een leuke vent, echt en ik ben hartstikke gek op hem. En hij op mij, dat weet ik zeker. Maar een relatie, nee, dat kan ik me gewoon niet voorstellen. Het lijken wel gewoon twee totaal verschillende dingen te zijn, vrienden en partners. “Misschien is vriendschap wel gewoon iets mooiers en duurzamers”, probeer ik. “Jij hebt nu al het een en ander aan vriendjes overleefd, maar onze vriendschap staat nog steeds. En blijft ook staan. Mensen willen jou als vriend niet kwijt! IK wil jou als vriend niet kwijt.” En ik geef hem een warme gemeende omhelzing. Zoals alleen vrienden dat kunnen.

“Ik snap er niets van”, zegt mijn lieve lesbische vriendinnetje Brigitte, “als ik haar tegenkom is ze hartelijk en warm en aanrakering, maar als ik haar uitnodig om eens samen wat af te spreken reageert ze daar niet op of ze zegt op het laatste moment af. Wat moet ik daar nu mee?”  En ik zou haar willen zeggen dat ik ook zo’n vriendin heb, met wie ik graag meer contact zou willen, bij wie ik dichterbij zou willen komen. Ik zie haar vaker zie dan wie ook van mijn vrienden, maar zelden zonder dat anderen erbij zijn. En als er dan eens niemand bij is, laat haar uitbundige spraakwaterval geen ruimte om stil te staan bij onze vriendschap. Net als Brigitte’s vriendin is ze lief, warm en aanrakerig.  Ik ben gek op haar en ze weet het. Maar het is ons geheim, lijkt het wel. En dus beperk ik me tegenover Brigitte ook maar tot de gebruikelijke meelevende woorden. Gemeend, dat wel.

Categorieën
Reacties